Een ‘goed’ begin…

dirty ballEindelijk is het dan zover, de eerste wedstrijd van het Nederlands Elftal is gespeeld. Niet een bijzonder goede wedstrijd, maar wel gewonnen en dat is nu net wat telt!

Laat de wereld maar denken dat we een middelmatig ploegje hebben. Brazilië, Portugal, Duitsland… Allemaal zullen ze denken ons gemakkelijk naar huis te knallen en dan -heel stiekem- doen we het laatste kwartier topvoetbal laten zien om hen naar huis te knallen. Geen slechte tactiek om de underdog te spelen.

Lekker tot aan de finale volhouden. De finale is dan weer een ander verhaal. Op dat moment spelen we opeens de sterren van de hemel. Daarna trekken we -met wereldbeker in de hand- een lange neus naar de rest. Ondertussen kleuren in Nederland de grachten weer oranje en slepen de eigenaren van woonboten hun boten naar veiliger havens. O ja, 1988 staat nog duidelijk op mijn hersenvlies gegrift.

Het kan zijn dat we eerder naar huis moeten, het kàn… Het kan ook zo zijn dat we nog 6 wedstrijden op rij weten te winnen, ook dat kan! Zolang we nog in Zuid Afrika meedoen mag ik blijven dromen. Eén keer in de 2 jaar oranje-koorts bevalt me uitstekend. Waar ik van de griep zo snel mogelijk af wil, mag die oranje-koorts van mij tot het eind aanhouden. Sterker, het liefst met wat extra dagen verlengd worden!

Aan mij zal het niet liggen… Ik schreeuw en support me helemaal het ongans. Met oranje t-shirt en oranje pruik loop ik gaarne nog wat weken voor Jan met de korte achternaam, alles voor het goede doel. Het duurde even voordat de genoemde attributen tevoorschijn konden worden gehaald, maar eindelijk brak de 14e juni dan toch aan.

Nederland – Denemarken: 2 – 0 Nu aftellen naar zaterdag, in de hoop dat we Japanse kamikaze-acties weten te voorkomen. Wie weet… Het kàn echt! Hmm, wat een pracht van een droom! Lieve en beste Oranje-spelers, laat die droom bewaarheid worden?! Please?

Mooie films over lelijke dingen

1976june16SowetoNa alle voetbalwedstrijden voor ongeveer de helft gevolgd te hebben en Studio Sportzomer erbij, zapte ik mijn trouwe scherm over naar Nederland 2. Graag wilde ik de film “Cry for Freedom” zien en spijt heb ik er niet van gehad!

De film vertelt het verhaal over Steve Biko en Donald Woods en hun opstand tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Erg toepasselijk gedurende het WK aldaar. Met een raar gevoel bekeek ik de beelden van de opstand in Soweto op 16 juni 1976, die stonden nog op mijn netvlies gebrand! Nu weet ik dat mijn leeftijd geen 20 meer is, maar toen was ik amper 4 jaar oud. Die beelden moeten dan ook een ontzettende indruk op me hebben gemaakt.

Apartheid, het blijft een raar begrip… Hoe kun je iemand beoordelen op kleur of godsdienst? Hoe heeft apartheid zolang kunnen bestaan in Zuid-Afrika? Om niet weer te beginnen over de apartheid die op dit moment in Nederland wordt veroorzaakt door onze eigen politieke Mozart. (Oké, dus toch, maar dit zijn dan ook de enige zinnen die ik aan blonde Dolly wijdt!) Al leef ik al zo veel jaar op aarde, het komt er bij mij niet in hoe de éne mens de andere zo kan behandelen?! Ik snap het gewoonweg niet!

Nog steeds zie je de grote verschillen tussen arm en rijk, zwart en blank in Zuid-Afrika. Naar mijn idee woont er geen enkele blanke in de townships aldaar… Niet zo heel raar dat de criminaliteit er hoogtij viert, wat hebben die mensen te verliezen? Hun hutje wat is opgebouwd uit spaanplaten? Bovendien hebben de 30’s de apartheid nog aan den lijve ondervonden… Kwam Nelson Mandela niet pas vrij in 1990? 

Bewondering heb ik voor anti-apartheidstrijders als Nelson Mandela, Desmond Tutu, Steve Biko en Allan Boesak. Voor de velen die in de bikostombgevangenis omkwamen ten gevolge van zogenaamde zelfmoord, hersenbloedingen, valpartijen of soms zelfs zonder dat er enige oorzaak werd genoemd. Slachtoffers van en vechters tegen een afschuwelijk regime.

De vorige eeuw, nog maar zo kort geleden. Nu worden de Zuid-Afrikaner de regenboognatie genoemd. Een mooie naam en een mooi streven. Nu maar hopen dat het in de toekomst bewaarheid gaat worden. Dat niemand meer be(voor)oordeeld wordt op ras, kleur of godsdienst. Dat Steve Biko niet voor niets is gestorven, zo in elkaar geslagen door de politie dat hersenletsel hem fataal werd.

Hoop doet leven, dus ik hoop me het ongans!

Laat het WK maar beginnen!

273525_newspaperNederland heeft gekozen, de winnaars zijn bekend. Rechts heeft duidelijk gewonnen in de hedendaagse politiek. Nu kan ik voor Rutte nog wel enige sympathie opbrengen, voor Wilders wordt dat alweer een stuk moeilijker. Alhoewel, het is niet Wilders die me doet walgen, het is zijn ideeëngoed wat me doet walgen. Met een lichtelijk schaamtegevoel een Nederlandse te zijn loop ik momenteel over straat. Eindelijk een voordeel met straatvrees, ik durf me niet al te vaak in publieke gelegenheden te begeven! Scheelt weer een berg rode koontjes…

Het is niet alleen het politieke klimaat wat me de schaamte bezorgt, ook ons nationaal exportproduct in de vorm van Joran van der Sloot werkt eraan mee. Ik had me de laatste keer voorgenomen aan hem geen woord meer vuil te maken. Helaas heeft Frankenstein een tweede dode op zijn geweten… En dan is er opeens het nieuws dat er in Peru fouten zijn gemaakt tijdens Joran’s bekentenis. Het zal toch niet zo zijn dat meneer wéér op vrije voeten komt en weet te blijven?

Kan Wilders hem het land niet definitief uitzetten? Hém het Nederlandse paspoort voorgoed ontnemen in plaats van continu de Islam te bekritiseren? Zo’n van der Slootje mogen ze wat mij betreft in een rubberbootje zetten om hem tot in den eeuwigheid op de oceaan te laten ronddobberen! De horror-gevangenis in Peru is trouwens een goede tweede optie, maar dan hoop ik wel dat meneer daar zal overleven. Opdat hij de rest van zijn miserabele leven in de levende hel mag doorbrengen.

Het allerergste schaamrood kruipt me naar mijn kaken omdat ik nog iets van mededogen voel ook voor die gast. Iemand die zo slecht is, is naar mijn idee immers ernstig ziek in het hoofd. Betekent dit dat hij recht heeft op gezondheidszorg in de vorm van zeer intensieve psychische hulpverlening? Nou ja, als die artsen bereid zijn hem te behandelen in dan wel de rubberboot dan wel de horror-gevangenis mag hij van mij die hulp. Wat is er in die jongen zijn beginjaren toch voorgevallen? Geen enkel mens wordt zo slecht geboren, toch?

Gelukkig gaat vandaag het Wereldkampioenschap Voetbal van start. Na alle verkiezingsellende met de bijbehorende desastreuze uitslag en dagelijks de look-a-like van Frankenstein op mijn plasmascherm een zeer welkome verademing. Nu hopen dat Oranje er tot de allerlaatste wedstrijd in blijft zitten (en de laatste wedstrijd vervolgens nog zal winnen ook), dan zal de komende weken de stemming weer eens in positieve zin stijgen.

Geen Joran of Geert meer in mijn huiskamer, maar beelden van juichende supporters en geweldig spelende Oranje mannetjes. Daarna zien we dan wel weer verder… Nu heb ik behoefte aan feest!

Forza Oranje!

Maak onze zomer nog een beetje de moeite waard!

‘Joran spreekt’ – deel 2

Even heb ik getwijfeld… Zou ik nog een deel 2 toevoegen? Is Joran van der Sloot het waard om nog meer woorden aan te verspillen? Of moeten we hem net als Wilders (die het over het invoeren van ordegroepen heeft, hoe ontsond de SS ook alweer?) geen cent aandacht meer geven… Ik was het tweede van plan, maar nu schijnen mensen nog echt te geloven dat ik serieus met dit monster zou optrekken ook! Tijd dus om aan de bel te trekken!

De meeste mensen hadden gelukkig door dat het sarcasme er redelijk vanaf droop in deel 1. Eerst wilde ik er nog een zinloos vervolg aan toevoegen waarin Joran travestiet bleek te zijn en Natalee een zeemeermin, of weet ik veel wat. In elk geval was het een reactie op de tenenkrommende uitzending op televisie. Het standaard verhaaltje ‘van der Sloot’: Leren kennen tijdens pokeren en ondanks dat hij een sociopathische leugenaar is geloven wat hij aan een verklaring aflegt. Omdat meneer zijn snotneus optrekt wordt er nog geroepen ook dat hij emoties vertoont… En dan de grote koppen als aankondiging: Joran spreekt! – Deed hij dat maar liever niet.

Na dat eerste stukje had ik het echter wel gehad met meneer Joran. De fut om er nog verder woorden aan vuil te maken had ik niet en vond ik hem bovendien niet waard. Allerminst had ik verwacht dat het serieus genomen zou worden, want wie neemt die Joran van der Sloot nu nog serieus?! Totdat ik vandaag een oude vriendin aan de telefoon had die me ervan betichtte nu toch echt tot de knettergestoorden te behoren. Pardon? “Ja, als die Joran van der Sloot tot je vrienden behoort!” Oké, ik heb de eerste 5 minuten niets meer kunnen uitbrengen van de slappe lach.

Zelf heeft ze geen internet, dus had ze het van horen zeggen. Degene die deze roddels de wereld in heeft geholpen: schaam je! Degene die mij kent en daadwerkelijk het verhaaltje Joran serieus heeft genomen: schaam je! En voor degene die zich nu persoonlijk aangesproken voelt: lees dit alsjeblieft ook met een knipoog of schaam je nog dieper!

Deze toevoeging aan deel 1 is dan ook puur bedoeld om alle valse beschuldigingen om zeep te helpen. Wat mij betreft wordt dat akelige kereltje bij kop en kont gegrepen en levenslang in een hok gesmeten op water en brood. Wat mij betreft spreekt hij alleen nog maar als hij nu eens echt de waarheid naar buiten brengt. Verder lijkt (dood)zwijgen mij de beste oplossing voor de jonge Frankenstein.

Wat de vergelijking met het monster van Frankenstein betreft, dat is dan weer wel iets wat ik serieus meen. Moeten jullie maar eens zo’n ijzeren band om zijn hoofd heen denken met van die pinnen à la – juistem – Frankenstein. Over look-a-likes gesproken, deze vergelijking valt toch niet te ontkennen? Dat kapsel, die kop… Alles klopt! Joran zou de wedergeboorte kunnen zijn!

Net als dat Wilders op een componist lijkt uit de 18e eeuw en ik uiteraard het spiegelbeeld ben van Julia Roberts. Heus waar, een best heel lekker ding heeft me ooit eens aangesproken tijdens een avondje stappen als ware ik het zusje van Julia Roberts. Expliciet vernoem ik maar niet het aantal bier wat deze jongen al achter zijn kiezen had zitten, het compliment wil ik me gewoonweg niet laten afnemen! Trouwens, ook als hij dronken was, dan nog spreken dronken mensen de waarheid. (Ahum, zo geloof ik in dit geval graag.)

Hoe dan ook, nu deze roddel de nek weer is omgedraaid ga ik verder met mijn eigen zin en onzin in het leven. De temperaturen beginnen weer wat te stijgen, de zon piept af en toe tevoorschijn en een pilletje meer begint eindelijk een beetje effect te hebben op het aantal paniekaanvallen (al mogen ze van mij nog veel verder in aantal afnemen). Dat het pilletje meer ook weer effect heeft op mijn Rubens-achtige rondingen nemen we maar even voor lief. Was toch nog niet van plan om me al in badpak of bikini te hullen. Eerst nog de nodige feestdagen, verjaardagen en – eindelijk mag ik het hardop zeggen: De aankomende geboorte van mijn allereerste, kersverse, hoogst eigenste kleine neefje! Eind juli wordt de wereld er een klein burgertje rijker op en voor mijn gevoel een heel stuk mooier en warmer!

Ik ga tante worden… Happy me!

Oude vriendschap roest niet

Waar ik me vannacht nog hondsberoerd voelde, brak er vanmiddag bij het arriveren van de post een grote glimlach door.

Wie kent niet de sites als Hyves, Facebook en Twitter? Erg geinig om allerlei oude contacten weer op te doen of uit te vinden hoe het oude (ex)vriendjes is vergaan. Soms gaat het echter nog steeds op de ouderwetse manier. Dan loop je op een dag ergens (in mijn geval met hond) te struinen en hoop je dat niemand een woord tegen je spreekt. Wie echter kan er chagrijnig worden op een klein meisje die blij op je hond af komt rennen?

De ouders liepen er vlak achter en mams sprak haar dochter wijs toe: “Eerst vragen of je het hondje van die mevrouw mag aaien.” “Ach ja, natuurlijk. Kinderen doet hij…” Moeder tilde haar hoofd op om me vriendelijk toe te lachen en een ietwat onzeker stelde ik mijn ogen wat scherper in. “Astrid?” Haar beurt om mij met een scherpere blik te bekijken: “Wieke?!” Meteen daarop nam het gesprek in razende snelheid een ratelende vorm aan.

Vaak heb ik haar nog geprobeerd te vinden via het wereldwijde medium internet, maar wie ik ook trof, Astrid zat daar niet tussen. Nu liepen we elkaar opeens tegen het lijf, zo maar, na 20 jaar elkaar nooit meer gezien of gesproken te hebben. Hoe gek kan een leven lopen! Man en kinderen echter wilden hun weg weer vervolgen (zo lang kan een hond nu ook weer niet boeien), dus snel werd het adres opgeschreven. Een kaartje mijnerzijds met mijn gegevens volgde later, waarop we afspraken te blijven mailen.

Leuke beloftes, het is alleen zo jammer dat ik nooit de tijd neem om te mailen. De eerste mail wil nog wel, de tweede vaak ook nog. Bij de derde begin ik de boel voor me uit te schuiven. Morgen wordt volgende week, wat al snel verandert in volgende maand, waarop er niets meer van terecht komt! Jaja, shame on me…

Des te leuker was het bericht wat me woensdag op mijn antwoordapparaat tegemoet knipperde. Ons treffen was ergens in oktober 2009 en plots sprak Astrid me toe vanaf dat masjientje. Of ik die middag thuis was? Of ik het eventueel leuk vond als ze langs zou komen? Geen moment heb ik getwijfeld. Direct heb ik de telefoon gepakt om haar terug te bellen en zodoende dat ik afgelopen woensdag een afspraak had staan met mijn klasgenootje en pubervriendin na een tig tal jaren.

Alsof er geen jaren tussen hebben gelegen, zo pakten we de draad weer op. Het oude bekende oeverloos gebabbel en van onderwerp naar onderwerp schietend. Goede herinneringen, hoe het ons beiden verder was verlopen, oude namen en een gigantisch geslaagde middag. Alleen tijd tekort, ik geloof dat we nog uren hadden kunnen doorbeppen.

Vandaag lag er een kaartje tussen mijn post, van Astrid. Met een zeer grote glimlach las ik de inhoud en direct zag ik de zon weer helemaal voluit schijnen. Als rotnachten gevolgd worden door dit soort mooie verrassingen, dan kan ik de hele boel weer met gemak aan! Ware vrienden zijn de vrienden die je in tijden niet spreekt, maar met wie je direct de klik weer hebt zodra dat wel het geval is. Dat zijn de oude contacten die een nieuwe kant met gemak op kunnen gaan.

@Astrid: bedankt dat je mijn leventje weer bent binnen gewandeld!

Enne… Hoe rot de komende nacht misschien ook zal kunnen verlopen, vandaag heb ik binnen en dat pakt geen hyper meer van me af! Ziezo, lekker pûh. Uiteindelijk zegeviert de lol toch wel!

Gewoon een angstaanval…

Mijn hartje klopt, helaas niet vol verwachting, maar eerder zowat mijn borstkas uit. Jawel, het is zover… Ik zit tegen een onvervalste panieker aan. Met alle macht probeer ik me nu in mijn kop te prenten dat ik aan het hyperventileren ben. Een Oxazepam zwerft inmiddels ook al ergens in mijn lichaam in de hoop dat de boel zo toch weer wat kalmeert. Voor nu echter: hel op aarde!

Het is onbeschrijflijk wat een potje flink hyperventileren met een mens kan doen. De reden dat ik toch achter mijn computer zit te typen? Afleiding zoeken! Al voelt het voor mij alsof ik aan mijn laatste testimonial bezig ben. Iedereen kan zeggen dat ik niet dood neer zal vallen, mijn lichaam voelt aan alsof het tegenovergestelde het geval is.

Het is niet alleen dat hart wat zo ongeveer ter hoogte van mijn keel klopt, het is ook de pijn die door mijn hele armen trekt. Benauwd, terwijl ik toch echt een teveel aan zuurstof in mijn lijf en ledematen schijn te hebben, en naar adem happend als een logge walvis op het droge. (Ja, ook in tijden van paniek ben ik me ten volle bewust van mijn uitermate charmante Rubens-figuurtje!) Tintelingen in mijn vingers, kramp in mijn voeten, benen en tenen en een heel irritant prikkelend en tintelend puntje van mijn neus. Ook hier weer in het nadeel, want hoe groter de neus, hoe groter het tintelende puntje!

Slikken kost me alle moeite, wat hilarisch is voor omstanders als je een Oxazepam tot je probeert te nemen. Aan de andere kant, met omstanders krijg ik zo’n pil weer een stuk makkelijker door mijn strot geduwd en op de ergste momenten zijn er natuurlijk nergens omstanders te vinden. Bij gebrek aan publiek fantaseer ik me er echter lustig op los hoe publiek me nu zou bekijken? Neem mijn pogingen mijn angstaanval onder controle te houden eens op voor live televisie en ik versla de vroegere Lama’s met gemak. Laat staan Toon Hermans, Youp van ‘t Hek of Theo Maassen. Als paniekgestoorde beschik ik over uitermate komische talenten.

Niet dat ik die talenten nu zelf 1, 2, 3 doorheb, maar ik kan me er iets bij voorstellen. Als een wilde stamp ik rondjes door mijn kamer, waarbij een olifant in een porseleinkast teniet valt. Ook lijkt het alsof ik met mijn rechterhand mijn hart probeer op te pompen, zo zit ik ‘m daar te knijpen. Helaas letterlijk te knijpen, wat gegarandeerd weer wat blauwe plekken gaat opleveren. Ondertussen brabbel ik nijdig in en tegen mezelf. “Pokkewijf” en “trut” zijn veel gebruikte termen, want ik word pisnijdig van mijn eigen gehijg.

Op afstand lijkt het alsof je in het Spoorwegmuseum staat en je zo direct getuige gaat zijn van een rit van de meest lawaaiige stoomlocomotief. Teleurstellend als je dan een klein vetpropje voorbij ziet stomen, pufhijg pufhijg. Met behulp van een peuk probeer ik dan wel weer de stoomwolkjes na te bootsen. Niet om de mensheid te plezieren en ze toch nog het idee te geven naar die trein te staan kijken, wel omdat ik nog steeds denk dat die verdamde rookwaar me iets rustiger weet te krijgen. Dat die peuk ergens tussendoor met veel nijd weer wordt uitgedrukt zegt genoeg over het daadwerkelijke effect. Nou ja, altijd beter mijn woede af te reageren op een peuk!

Die Oxazepam weet ik er met veel geklok en geproest in te krijgen. Als ik te ver zit niet eens meer, dan spuug ik die slok water uit als de Niagara-waterval haarzelve. Gevolg is dat de ô zo hard nodige kalmerende pil ergens in de riolering verdwijnt. Ik wil niet weten hoeveel ratten inmiddels verslaafd zijn aan de slaapmedicatie daar ondergronds. Soms bel ik daarom op de meest onmogelijke tijden mijn oude trouwe paps maar weer op, met het idee dat ik tenminste iemand aan de telefoon heb als ik stik.

Dan heb ik het nog niet eens gehad over de duizelingen, de band die om je borst heen wordt aangetrokken en alle andere bijverschijnselen die een mens in doodsangst denkt te voelen. Wieke tijdens een opkomende paniekaanval? Tja, een stoomlocomotief in de vorm van een kamerolifant druk heen en weer puffend, terwijl ze haar lichaam via de hartstreek staat op te pompen om haar eigen imitatie van de Niagara-waterval proberen te overleven, als drijvende JumboJet. 

Angst en paniek, irreëel, maar zeer echt aanvoelend. Ik wens het niemand toe, maar toch… Als ik dan denk aan een frank en vrij in het rond hupsende Joran van der Sloot, dan vind ik de wereld soms wel héél oneerlijk verdeeld! Maakt dat me een slecht mens?

Ik haat die paniekstoornis!

‘Joran spreekt’ – deel 1

Het was zondagavond rond 22h30 dat mijn telefoon overging. ”Met Joran van der Sloot.” klonk een stem aan de andere kant van de lijn. “Joran?” Joran en ik kennen elkaar van het blufpokeren, ja. In eerste instantie wist ik niet dat ik met Joran pokerde, maar toen ik erachter kwam met wie ik te maken had was mijn keus snel gemaakt. Wie kan je beter vertrouwen dan een sociopathische pathologische leugenaar in de wereld van tegenwoordig? Bovendien, sexy hoor, zo’n hoofdverdachte in een verdwijningszaak.

In het begin liep het contact nog een beetje stroef. Hij had net wat gezeur met Peter R. de Vries aan zijn kop gehad, waarbij een vriend (althans zo dacht hij) die hij met pokeren had ontmoet hem flink had belazerd. “Ja Joran, mensen kunnen heel hard en gemeen zijn, maar om dan je vetrouwen te verliezen in de hele mensheid?” – zo chatte ik hem. Zijn antwoord volgde meteen: “Ja, maar daarna ontmoette ik ‘Terror Jaap’ en ook hij heeft me gebruikt. Vertrouwen is het allerbelangrijkst in een vriendschap, maar ik durf mijn vrienden amper nog te vertrouwen.”

Er gingen wat weken overheen, maar het contact werd steeds beter. Ik moest er wat in investeren en af en toe dreigde hij weer afstand te nemen, totdat ik hem een keer boos zei me gewoon te moeten geloven op mijn onschuldig kijkende, grote, bruine ogen. Daarnaast heb ik hem verteld dat ik in het criminele circuit verkeerde.  Op zijn vraag “Wat voor circuit dan precies?” antwoordde ik gevat “Boeit niet, geloof me nu maar op nog steeds mijn grote bruine ogen.” Ik dacht niet dat de verhalen over mijn puberteit, en de daarbij behorende blowende vriendjes die zo nu en dan een chocoladereep uit de winkel stalen, echt indruk op hem zouden maken. Het werkte, hij begon me te vertrouwen en zo belde hij me dus afgelopen zondag.

“Wieke, alsjeblieft luister naar me, ik kan er niet meer langer mee leven. Vanavond op rtl5 is er een uitzending geweest waarin ik de hele boel bij elkaar heb gelogen en ik heb zo’n spijt!” “Ja, maar Joran, waarom ga je niet naar de politie dan? Waarom vertel je het de familie van Natalee Holloway niet?” “Ze geloven me niet, zoals ik jou geloof, op mijn grote bruine ogen. Ze denken dat ik een spelletje met ze speel, dat ik de waarheid niet vertel, dat ik me oppermachtig voel. Ze weigeren nog langer naar me te luisteren!” Arme Joran, waarom willen ze hem nu niet geloven… En dus gebeurde het unieke, Joran vertelde mij de waarheid. Ja heus, hij haalde zelfs zijn neus af en toe op, duidelijk emotioneel  en verslagen.

Benieuwd naar het werkelijke verhaal van Joran van der Sloot? Blijf mijn weblog volgen. Volgende keer post ik hier de ontknoping, het ware verhaal, en zullen alle vragen omtrent de verdwijning van Natalee Holloway beantwoord worden. Voor nu sluit ik dan ook af met bovenstaande cliffhanger… Joran spreekt!

Wordt vervolgd…

Neerland’s Blondie…

Eindelijk is het dan zover. Na lang wachten, hopen en nog langer wachten is ons eigenste pruts-kabinet dan toch gevallen! Lullig voor Jan-Peter, maar de CDA was toch mijn partij al niet. Het enige wat me angst inboezemt is de ongekende populairiteit van dat waterstofperoxide-hoofd: Geert Wilders.

Aan de éne kant kan hij beter nu aan de macht komen, natuurlijk in de hoop dat hij gigantisch gaat blunderen. Voor een blunderende Geert loop ik graag nogmaals naar de stembus. Aan de andere kant heeft de man gewoon erg enge ideeën en stel dat hij níet blundert. Dan hebben we, na jarenlang onder een prutskabinet te hebben geleefd, opeens een echte maf aan de macht.

Een illusie maak ik me niet. Het plaatselijke hondenveld is een goede graadmeter voor de dagelijkse samenleving. Veel mensen volgen de grote meute, bang om zelf na te moeten denken. Veel mensen zijn de criminaliteit zat en nog meer mensen zijn bang voor de Islam. De oplossing voor hen is blondie Geert, want “die durft ze tenminste aan te pakken!”…

De grenzen dichtsmijten, alle Moslims het land uit, kopvoddentax en weet ik veel wat allemaal nog meer. Naar mijn inziens lijkt blondie Geert verdacht veel op zo’n schreeuwlelijk van jaren terug. Een man die net zo hard gilde, de menigte op wist te zwepen en een heel volk in het verdomhoekje wist te stoppen. “Nooit meer!” – zo werd gezegd toen de omvang van de gruweldaden, uitgevoerd onder het bewind van die gillende snoraap, steeds duidelijker werden.

Nog steeds, en wat mij betreft voor altijd, herdenkt Nederland op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en vol overgave viert men een dag later de bevrijding. Hypocriet in de dubbele betekenis van het woord. Al die feestende mensen lopen nu klakkeloos achter blondie Geert aan, een man die het woordje Jood vervangen heeft door het woordje Moslim. Nooit meer? Daarnaast zijn uit Nederland relatief gezien de meeste Joden weggevoerd tijdens de jaren ‘40. Niet enkel omdat die moffen hier zo actief bezig waren, maar ook doordat mensen geld konden vangen voor het aangeven van onderduikers!

Daarom verbaast het me niet dat Wilders zo’n grote schare achter zich aan heeft lopen. Misschien kan je de man zijn denkbeelden zelf niet eens meer kwalijk nemen. Ik durf niet te zeggen hoe gek ik zou worden als ik al jarenlang aan alle kanten beveiligd moet worden en niet normaal meer over straat zou kunnen lopen. (Aan de andere kant, dat niet normaal over straat kunnen lopen is bij mij ook een punt. Ik hijg en puf me over de straat, maar dan wel weer zonder beveiliging…) Ooit hoopte ik echter dat de gemiddelde Nederlander meer hersencellen had dan die éne ‘elkaar het licht in de ogen niet gunnende’ hersencel. IJdele hoop, zo is me inmiddels duidelijk.

Het kabinet is gevallen, gejuich alom, maar wat wordt het vervolg? Onze landelijke blondie Geert wrijft zijn handjes al van plezier en ergens vind ik dat een beangstigend idee. Eén ding staat voor mij als een paal boven water, al belooft hij het rookverbod op te heffen (en echt, daar ben ik groot voorstandster van), dan nog zal hij mijn stem nooit krijgen.

Balkenende IV bestaat niet meer. Een gepast jubelkreetje komt echt wel uit mijn keel. De vraag is echter of ik over een aantal maanden nog durf te jubelen? Want mocht Geert Wilders met overmacht winnen, dan breekt voor mij een zwarte dag aan. Dan, moet ik tot mijn schaamte bekennen, heb ik toch liever het blunderende kabinet van Balkenende…

We zullen zien.

De winter gerelativeerd?

Eindelijk lijkt het zover te zijn, het land is weer sneeuwvrij! Maar wat ziet het oog vervolgens bij het weerbericht vermeld staan op teletekstpagina 703? Juistem, “winterse buien”…

Bij de eerste lading sneeuw -december 2009- zag ik de humor er nog wel van in. Lekker ravotten door de sneeuw. Mooie plaatjes schieten, hond helemaal gestoord, sneeuwballen gooien en sneeuwpoppen bouwen… In jaren was er niet meer zoveel sneeuw gevallen. Nu zitten we inmiddels over de helft van februari heen en ben ik vele koortsbuien en snotneuzen verder, heb weer een nieuwe griepvariant onder de leden en ben de sneeuwbuien beu!

Niet alleen de winterse buien ben ik beu, nee, de hele winter kan inmiddels mijn rug op! De heftigheid van mijn paniekstoornis hangt nu eenmaal samen met de seizoenen en de winter heeft zijn portie inmiddels dubbel en dwars geleverd. Als ik sneeuw wil, dan kijk ik wel op Google Maps naar de bergtoppen in Oostenrijk. Als ik schaatsen wil, dan zet ik momenteel de televisie op middernachtelijke uren aan. (1x goud, 1x zilver, 1x brons, je kunt me licht chauvinistisch noemen…)

Op de loop- en snotneuzen volgt bij mij standaard voorhoofdsholte-ontsteking, dus zijn de neusdruppels weer in huis gehaald. Ook de Dampo staat weer klaar om in een stoombad verwerkt te worden. Nieuw bij deze variant is de behoefte aan een toilet op spurtafstand. Ter voorbereiding heb ik sloffen met antislipzool aan, want ik ben al aardig onderuit gezeild tijdens een potje wc spurten. Maar oké, het is allemaal nog best te overleven.

Dit in tegenstelling tot kanker, een ziekte die vorige week vrijdag weer een nieuw slachtoffer heeft geëist. Magda, een geval apart. Maastrichtenaarse die geen blad voor haar mond nam. Het type grote bek, klein hartje, het type geliefd of gehaat. Onze eerste kennismaking liep als volgt: “Zo, dus jij bent het nichtje uit Utrecht waar René al zoveel over verteld heeft?” “Ja, aangenaam.” “Utrechters zijn akelige mensen.”

Op dat punt had ik de keuze om haar óf niet te mogen óf verder te kijken dan mijn neus lang is (en geloof me, dat is ver kijken!). Ik gaf haar gelijk. Utrechters kunnen horken zijn, randstedelingen in het algemeen hebben die aanleg tot horkerigheid. In het zuiden is het allemaal net iets gemoedelijker, net iets gezelliger en warmer met elkaar. De zuidse sfeer bevalt me wel, de Randstad is gehaaster en egocentrischer. Dus gaf ik haar gelijk… Utrechters kunnen akelig zijn.

Ik heb nooit problemen met haar gehad, eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik haar ook niet 365 dagen per jaar in café De Poort tegen het lijf liep. Ik kan me goed voorstellen dat velen problemen met haar hadden. Ze was wie ze was en bij haar was het moeilijk je in het sluimergebied te begeven… Of je besloot haar te mogen, of gewoon niet. Persoonlijk mocht ik haar wel.

Vorige week heeft ze haar strijd tegen kanker verloren. Daarom beste Magda wil ik je het allerbeste wensen, rust zacht. Het verandert niets aan het feit dat mijn neus maar blijft snotteren en snuffen. Het verandert niets aan het feit dat ik die winter spuugzat ben. Het maakt de boel wel relatief. Een snotneus, ach wat!

Ooit wordt het weer zomer.

Zinloos geweld, zinvol cadeau

Met Sinterklaas – en rond die tijd ook heilig overtuigd dat het van Sinterklaas is – kreeg ik een bedelarmband van Pandora. Een machtig mooi cadeau, je kunt er immers een heel persoonlijk sieraad van maken. Een kwestie van de juiste bedels van de juiste personen ontvangen…

Met nieuwjaar werd een vriendin van me compleet in elkaar geslagen door een aantal buurtgenoten. Waarom? Omdat ze in een karretje rijdt? Een scootmobiel? Omdat ze anders is door dystrofie te hebben? Omdat een aantal van die fijne buurtgenoten nu eenmaal de pik op haar hebben? Waarom? Op die vraag bestaat geen antwoord. Bestaat er überhaupt wel een passend antwoord op de vraag waarom mensen een ander mens compleet in elkaar meppen?

Diezelfde vriendin hielp me vandaag met mijn boodschappen. Sinds begin januari heb ik een oppashond rond banjeren in huis, die voor zo’n twee weken zou blijven. Inmiddels zijn we een maand verder en banjert die kleine juffer nog steeds door mijn huis heen. Op zich geen probleem, maar mevrouw kan niet alleen blijven en daardoor is boodschappen doen geen makkie. Nu is boodschappen doen voor een paniekgestoorde sowieso al geen pretje, want simpel even naar de supermarkt is het voor mij nooit!

Blij was ik dat Patricia voorstelde met de auto naar Overvecht te rijden. De honden kunnen dan achterin de auto vertoeven zonder de hele boel bij elkaar te keffen (nadat ze flink hebben gerend uiteraard), ik kan naar de megagrote Appie Heijn en Patricia op haar beurt moest bij de dierenwinkel zijn. Zo gezegd, zo gedaan. Ieder ging zijn eigen route en we zouden elkaar voor de Appie treffen. In de supermarkt brak het angstzweet me spontaan uit, maar trots als een pauw kwam ik met een volle boodschappentas de winkel weer uit. Paniekgestoord of niet, dat had ik toch mooi maar even gedaan!

In de auto duwde Patricia een pakje in mijn handen. “Ach jij gek!” was mijn protest. “Zal ik het nu openmaken of zal ik het voor thuis bewaren?” Tja, mijn protest was niet van heel lange duur. Het is altijd leuk een cadeautje te krijgen, niet?! Ik peuterde het pakje dan ook gretig open en even sprongen de tranen in mijn ogen. Een ‘goede doelen’ – bedel van Pandora, de bedel tegen zinloos geweld. Van een mij zeer dierbare vriendin die dat zinloze geweld aan den lijve heeft moeten ondervinden.

Zinloos geweld, bestaat er eigenlijk zinvol geweld? Ook een vraag waar ik geen antwoord op heb. Een Hitler de keel doorsnijden gedurende de Tweede Wereldoorlog, mag je dat onder zinvol geweld scharen? Het had de wereld heel wat ellende bespaard, dat wel. Maar is geweld niet altijd zinloos? Kan iemand mij een zinvolle betekenis geven van geweld?

De bedel hangt aan mijn armband en mijn armband is er weer een stuk persoonlijker op geworden. Deze bedel zal ik met trots dragen, zeker met de wetenschap van wie ik hem cadeau heb gehad. Een groots cadeau van een kanjer van een meid!

Tegen zinloos geweld, tegen alle geweld.

september 2010
M D W D V Z Z
« jun    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930  
Categorieën
Archief
Who's Online

5 visitors online now
5 guests, 0 members
Map of Visitors
Powered by Visitor Maps

5 visitors online now
5 guests, 0 members
Max visitors today: 7 at 08:03 pm CEST
This month: 7 at 09-05-2010 08:03 pm CEST
This year: 22 at 04-13-2010 11:55 pm CEST
All time: 22 at 04-13-2010 11:55 pm CEST