Archive for maart 6th, 2010

Oude vriendschap roest niet

Waar ik me vannacht nog hondsberoerd voelde, brak er vanmiddag bij het arriveren van de post een grote glimlach door.

Wie kent niet de sites als Hyves, Facebook en Twitter? Erg geinig om allerlei oude contacten weer op te doen of uit te vinden hoe het oude (ex)vriendjes is vergaan. Soms gaat het echter nog steeds op de ouderwetse manier. Dan loop je op een dag ergens (in mijn geval met hond) te struinen en hoop je dat niemand een woord tegen je spreekt. Wie echter kan er chagrijnig worden op een klein meisje die blij op je hond af komt rennen?

De ouders liepen er vlak achter en mams sprak haar dochter wijs toe: “Eerst vragen of je het hondje van die mevrouw mag aaien.” “Ach ja, natuurlijk. Kinderen doet hij…” Moeder tilde haar hoofd op om me vriendelijk toe te lachen en een ietwat onzeker stelde ik mijn ogen wat scherper in. “Astrid?” Haar beurt om mij met een scherpere blik te bekijken: “Wieke?!” Meteen daarop nam het gesprek in razende snelheid een ratelende vorm aan.

Vaak heb ik haar nog geprobeerd te vinden via het wereldwijde medium internet, maar wie ik ook trof, Astrid zat daar niet tussen. Nu liepen we elkaar opeens tegen het lijf, zo maar, na 20 jaar elkaar nooit meer gezien of gesproken te hebben. Hoe gek kan een leven lopen! Man en kinderen echter wilden hun weg weer vervolgen (zo lang kan een hond nu ook weer niet boeien), dus snel werd het adres opgeschreven. Een kaartje mijnerzijds met mijn gegevens volgde later, waarop we afspraken te blijven mailen.

Leuke beloftes, het is alleen zo jammer dat ik nooit de tijd neem om te mailen. De eerste mail wil nog wel, de tweede vaak ook nog. Bij de derde begin ik de boel voor me uit te schuiven. Morgen wordt volgende week, wat al snel verandert in volgende maand, waarop er niets meer van terecht komt! Jaja, shame on me…

Des te leuker was het bericht wat me woensdag op mijn antwoordapparaat tegemoet knipperde. Ons treffen was ergens in oktober 2009 en plots sprak Astrid me toe vanaf dat masjientje. Of ik die middag thuis was? Of ik het eventueel leuk vond als ze langs zou komen? Geen moment heb ik getwijfeld. Direct heb ik de telefoon gepakt om haar terug te bellen en zodoende dat ik afgelopen woensdag een afspraak had staan met mijn klasgenootje en pubervriendin na een tig tal jaren.

Alsof er geen jaren tussen hebben gelegen, zo pakten we de draad weer op. Het oude bekende oeverloos gebabbel en van onderwerp naar onderwerp schietend. Goede herinneringen, hoe het ons beiden verder was verlopen, oude namen en een gigantisch geslaagde middag. Alleen tijd tekort, ik geloof dat we nog uren hadden kunnen doorbeppen.

Vandaag lag er een kaartje tussen mijn post, van Astrid. Met een zeer grote glimlach las ik de inhoud en direct zag ik de zon weer helemaal voluit schijnen. Als rotnachten gevolgd worden door dit soort mooie verrassingen, dan kan ik de hele boel weer met gemak aan! Ware vrienden zijn de vrienden die je in tijden niet spreekt, maar met wie je direct de klik weer hebt zodra dat wel het geval is. Dat zijn de oude contacten die een nieuwe kant met gemak op kunnen gaan.

@Astrid: bedankt dat je mijn leventje weer bent binnen gewandeld!

Enne… Hoe rot de komende nacht misschien ook zal kunnen verlopen, vandaag heb ik binnen en dat pakt geen hyper meer van me af! Ziezo, lekker pûh. Uiteindelijk zegeviert de lol toch wel!

Gewoon een angstaanval…

Mijn hartje klopt, helaas niet vol verwachting, maar eerder zowat mijn borstkas uit. Jawel, het is zover… Ik zit tegen een onvervalste panieker aan. Met alle macht probeer ik me nu in mijn kop te prenten dat ik aan het hyperventileren ben. Een Oxazepam zwerft inmiddels ook al ergens in mijn lichaam in de hoop dat de boel zo toch weer wat kalmeert. Voor nu echter: hel op aarde!

Het is onbeschrijflijk wat een potje flink hyperventileren met een mens kan doen. De reden dat ik toch achter mijn computer zit te typen? Afleiding zoeken! Al voelt het voor mij alsof ik aan mijn laatste testimonial bezig ben. Iedereen kan zeggen dat ik niet dood neer zal vallen, mijn lichaam voelt aan alsof het tegenovergestelde het geval is.

Het is niet alleen dat hart wat zo ongeveer ter hoogte van mijn keel klopt, het is ook de pijn die door mijn hele armen trekt. Benauwd, terwijl ik toch echt een teveel aan zuurstof in mijn lijf en ledematen schijn te hebben, en naar adem happend als een logge walvis op het droge. (Ja, ook in tijden van paniek ben ik me ten volle bewust van mijn uitermate charmante Rubens-figuurtje!) Tintelingen in mijn vingers, kramp in mijn voeten, benen en tenen en een heel irritant prikkelend en tintelend puntje van mijn neus. Ook hier weer in het nadeel, want hoe groter de neus, hoe groter het tintelende puntje!

Slikken kost me alle moeite, wat hilarisch is voor omstanders als je een Oxazepam tot je probeert te nemen. Aan de andere kant, met omstanders krijg ik zo’n pil weer een stuk makkelijker door mijn strot geduwd en op de ergste momenten zijn er natuurlijk nergens omstanders te vinden. Bij gebrek aan publiek fantaseer ik me er echter lustig op los hoe publiek me nu zou bekijken? Neem mijn pogingen mijn angstaanval onder controle te houden eens op voor live televisie en ik versla de vroegere Lama’s met gemak. Laat staan Toon Hermans, Youp van ‘t Hek of Theo Maassen. Als paniekgestoorde beschik ik over uitermate komische talenten.

Niet dat ik die talenten nu zelf 1, 2, 3 doorheb, maar ik kan me er iets bij voorstellen. Als een wilde stamp ik rondjes door mijn kamer, waarbij een olifant in een porseleinkast teniet valt. Ook lijkt het alsof ik met mijn rechterhand mijn hart probeer op te pompen, zo zit ik ‘m daar te knijpen. Helaas letterlijk te knijpen, wat gegarandeerd weer wat blauwe plekken gaat opleveren. Ondertussen brabbel ik nijdig in en tegen mezelf. “Pokkewijf” en “trut” zijn veel gebruikte termen, want ik word pisnijdig van mijn eigen gehijg.

Op afstand lijkt het alsof je in het Spoorwegmuseum staat en je zo direct getuige gaat zijn van een rit van de meest lawaaiige stoomlocomotief. Teleurstellend als je dan een klein vetpropje voorbij ziet stomen, pufhijg pufhijg. Met behulp van een peuk probeer ik dan wel weer de stoomwolkjes na te bootsen. Niet om de mensheid te plezieren en ze toch nog het idee te geven naar die trein te staan kijken, wel omdat ik nog steeds denk dat die verdamde rookwaar me iets rustiger weet te krijgen. Dat die peuk ergens tussendoor met veel nijd weer wordt uitgedrukt zegt genoeg over het daadwerkelijke effect. Nou ja, altijd beter mijn woede af te reageren op een peuk!

Die Oxazepam weet ik er met veel geklok en geproest in te krijgen. Als ik te ver zit niet eens meer, dan spuug ik die slok water uit als de Niagara-waterval haarzelve. Gevolg is dat de ô zo hard nodige kalmerende pil ergens in de riolering verdwijnt. Ik wil niet weten hoeveel ratten inmiddels verslaafd zijn aan de slaapmedicatie daar ondergronds. Soms bel ik daarom op de meest onmogelijke tijden mijn oude trouwe paps maar weer op, met het idee dat ik tenminste iemand aan de telefoon heb als ik stik.

Dan heb ik het nog niet eens gehad over de duizelingen, de band die om je borst heen wordt aangetrokken en alle andere bijverschijnselen die een mens in doodsangst denkt te voelen. Wieke tijdens een opkomende paniekaanval? Tja, een stoomlocomotief in de vorm van een kamerolifant druk heen en weer puffend, terwijl ze haar lichaam via de hartstreek staat op te pompen om haar eigen imitatie van de Niagara-waterval proberen te overleven, als drijvende JumboJet. 

Angst en paniek, irreëel, maar zeer echt aanvoelend. Ik wens het niemand toe, maar toch… Als ik dan denk aan een frank en vrij in het rond hupsende Joran van der Sloot, dan vind ik de wereld soms wel héél oneerlijk verdeeld! Maakt dat me een slecht mens?

Ik haat die paniekstoornis!

6 visitors online now
6 guests, 0 members
Max visitors today: 7 at 08:03 pm CEST
This month: 7 at 09-05-2010 08:03 pm CEST
This year: 22 at 04-13-2010 11:55 pm CEST
All time: 22 at 04-13-2010 11:55 pm CEST